Over
Kader Abdolah
Kader Abdolah is het schrijverspseudoniem van de Iraanse balling
Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani (Iran, 1954). Hij werd
geboren in Arak in de streek Farahani, waar de islam streng
wordt nagevolgd. De jonge Abdolah droomt ervan schrijver te
worden, net als zijn betovergrootvader Qhaem Megham Ferahni.
Vanaf zijn twaalfde begint hij heimelijk westerse literatuur
te lezen en hij ruikt zo aan de vrijheid die in andere landen
heerst. Ook luistert hij in het geheim naar westerse radiostations
en clandestiene verzetszenders.
Tijdens
zijn studie natuurkunde in Teheran sluit hij zich aan bij
een ondergrondse linkse partij die tegen de dictatuur van
de sjah en later die van de ayatollahs vecht. Hij schrijft
voor een illegaal blad en publiceert twee clandestiene verhalenbundels
onder de naam Kader Abdolah.
Nadat hij moet vluchten uit Iran belandt hij in 1988 in een
asielzoekerscentrum in Apeldoorn en krijgt vervolgens een
huis in Zwolle toegewezen. In Zwolle gaat Abdolah werken in
een natuurhistorisch museum en een conservenfabriek. Als een
bezetene leest hij Nederlands, vooral poëzie. Worstelend
met de taal begint hij zijn verhalen in het Nederlands te
schrijven. In 1993 debuteert Kader Abdolah met de verhalenbundel
De adelaars, die meteen bekroond wordt met de belangrijke
debutantenprijs, Het Gouden Ezelsoor.
Twee jaar later krijgt hij voor de tien verhalen in De
meisjes en de partizanen het Charlotte Köhler-stipendium,
een aanmoedigingsbeurs voor de meest veelbelovende auteur
van het moment. De reis van de lege flessen (1997)
is de eerste roman van Kader Abdolah; in 2000 verschijnt zijn
tweede roman Spijkerschrift. Verder verschenen bij
De Geus de derde bundeling columns onder de titel Karavaan,
de verhalenbundel De koe (de verhalen van Kélilé
en Demné) en De droom van Dawoed (eerder
uitgegeven als Portretten van een oude man).
De roman Het huis van de moskee mag zich sinds verschijning
in 2006 volop in de belangstelling van de Nederlandse lezer
verheugen. Ruim 200.000 exemplaren vonden hun weg naar de
lezer en de waardering voor het boek was unaniem. Het eindigde
op de tweede plaats bij de verkiezing van de NS-publieksprijs
2006 en het werd gekozen tot de op een na beste Nederlandse
roman aller tijden.
Ook in het buitenland is het talent van Abdolah niet onopgemerkt
gebleven. Vertalingen van zijn werk verschenen in Engeland,
Italië, Spanje, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Israël,
Turkije en Bosnië.
Voor zijn letterkundig werk ontving Kader Abdolah de volgende
onderscheidingen:
1993
Het Gouden Ezelsoor voor De adelaars
1995
Charlotte Köhler-stipendium voor De meisjes en de
partizanen
1997
ASN-ADO-Mediaprijs voor zijn wekelijkse column Mirza
in de Volkskrant
1998
Mundial Award voor zijn landelijke verdiensten op het gebied
van internationale samenwerking, vrede en veiligheid
2000
Koninklijke onderscheiding voor zijn inzet op het gebied van
literatuur, internationale samenwerking en vrede
2001
E. du Perronprijs voor zijn gehele oevre
2004
Onderscheiden met de Franse ridderorde
2006
Tweede plaats NS Publieksprijs
2007
Gekozen tot op een na beste Nederlandse roman aller tijden
2008
Franse onderscheiding Chevalier des Arts et des Lettres
|