Fragment 1
Het aansteken van een sigaret - op de manier van James Dean - was
volgens Conrad het meest fotogenieke, want liederlijkste en onverschilligste
gebaar dat er bestond en hij vervloekte de verzekeringslobby die
verantwoordelijk was voor de langzame verdwijning van het roken
en de roker uit het openbare leven. Conrad zag overal lobbies en
complotten. De moord op president Kennedy, de aanslag op Andy Warhol,
de dood van Marilyn Monroe – allemaal complotten. De beide
wereldoorlogen? Complotten. De landing op de maan? Een complot.
Achter alles zocht hij kwade opzet. Lobbies en complotten bepaalden
zijn leven meer dan hem lief was en er was een dagelijks ritueel
van bezweringen nodig om zijn paranoia in bedwang te houden.
Ach, zijn wiebelige geestesgesteldheid. Nu eens voelde hij zich
een god, dan weer een worm. Wat ontbrak was een gevoel van eigenwaarde.
Maar voor geweld was het nog te vroeg. Eerst wilde hij de media
veroveren, te beginnen in eigen land, daarna elders. Als dat gelukt
was wilde hij de internationale media gaan bespelen als een wereldomspannend
orgel, of zoiets.
No one under thirty should be subjected
to fame
Hij was een eigenaardig mens.
Hij belde nooit uit belangstelling of om iets belangrijks mee te
delen. Hij belde uit een onbedwingbare aandrang om te bellen, vaak
midden in de nacht, net als Stalin en Glenn Gould. Hij was altijd
bezig macht uit te oefenen. Kijken hoe ver hij kon gaan. Bij mij
kon hij heel ver gaan. Ik vond het nooit erg als hij me midden in
de nacht wakker belde. Ik geloof dat ik in die tijd al begon te
beseffen dat grote vriendschappen eigenlijk grote vijandschappen
zijn.
Waarom duurt een leven altijd langer dan de vriendschappen erin?
Omdat er uiteindelijk altijd een verliezer en een winnaar moet zijn.
En verliezers en winnaars gaan niet met elkaar om.
Men moet het talent voor vriendschap bij de mens niet al te hoog
inschatten.
Fragment 2
De avond voor de aanslag was een vrij rustige avond. Ik was thuis.
Archie lag de hele avond aan mijn voeten. Ik had hem genoemd naar
de legendarische acteur Cary Grant, die in werkelijkheid Archie
Leach heette. ´s Middags had ik de Browning gedemonteerd,
gereinigd en in de wapenolie gezet. De twee magazijnen had ik elk
gevuld met tien patronen.
Cary Grant: North by Northwest:
Fragment 3
Tom Waits zegt: ‘De meeste zangers geven slechte imitaties
van andere zangers. Maar ze halen het nooit bij de echte. Ray Charles
wilde klinken als Nat King Cole, maar realiseerde zich tenslotte
dat hij alleen als zichzelf kon klinken. Toen ik jong was wilde
ik klinken als Ray Charles, Elvis Presley, Bob Dylan en John Lennon.
Nu ben ik mezelf. Dat hoort bij het ouder worden. Je stopt ermee
om op anderen te willen lijken.’
Op zich is er niks mis met imiteren. Je imiteert degene die je bewondert.
Na een poosje kom je erachter dat je hem niet kunt evenaren, dat
je niet eens in zijn schaduw kunt staan. Je moet het met minder
doen. Dit falen, deze mislukking, is vaak de eerste aanzet tot originaliteit.
Je zou kunnen zeggen: alle originaliteit is mislukte imitatie.
Of, heldhaftiger: overwonnen imitatie. Een mooi voorbeeld, schreef
Salvador Dalí, is dat van Perugino en Rafaël.
Salvador Dalí: Born from an egg without traumatism:
Tom Waits: Chocolate Jezus:
Fragment 4
‘Zoek jij een paar mooie oorbellen uit voor Lima,’ zei
Conrad de volgende dag. Hij gaf me zijn pinpas. De code schreef
hij op een briefje.
Hij had geen tijd, want hij moest naar een televisiestudio voor
opnames. Hij zei terwijl hij zijn jas aantrok: ‘Toen Lima
en ik elkaar precies een jaar kenden, alweer negen jaar geleden,
gaf ik haar oorbellen. “Eén jaar samen”, had
ik zien staan in haar dagboek. Er stonden allemaal hartjes omheen
getekend. Vrouwen blijven altijd hartjes tekenen, ook al kunnen
ze je bloed wel drinken.’
Hij zuchtte.
‘We waren zo jong, Johnny. Vijftien, zestien jaar. Lima lag
de hele dag op haar buik te luisteren naar Blondie en The Sex Pistols.
Voeten in de lucht, holle rug, koptelefoon op, armen onder haar
kin.’
Nog een zucht – een diepe.
Sex Pistols: I did it my way:
Fragment 5
‘Weet je wat het mooiste moment was uit mijn hele leven?’
vroeg hij vlak voordat hij stierf.
‘Hoe kan ik dat weten, ik ben geen helderziende,’ zei
ik.
‘Ik was acht jaar. Ik was met wat vriendjes aan het voetballen
in de tuin. De zon scheen, het gras was net gesproeid, miljoenen
waterdruppels glinsterden in het zonlicht. Ik kreeg een lange pass
van achteruit, omspeeld een paar tegenstanders en scoorde. Uitzinnig
van geluk wierp ik mijn armen in de lucht en rende naar de rand
van het grasveld, waar de enorme rododendron in bloei stond. Ik
gleed op mijn knieën over het natte gras en kwam tot stilstand
voor de rododendron. Op mijn shirtje stond in grote, zwarte letters:
Gianni Rivera. De rododendron juichte mij toe. Hoeden en petten
werden in de lucht gegooid. De bloemen riepen onophoudelijk mijn
naam. Gianni! Gianni! Gianni!’
‘Wie was Gianni Rivera?’
‘Een van de beste Italiaanse voetballers aller tijden. “Il
Golden Boy” werd hij genoemd. Ik heb nooit een intenser geluk
gekend dan toen, Johnny.’
Gianni Rivera:
Fragment 6
We bleven de rest van de avond bij elkaar. Door de harde muziek
moest ze dicht bij mijn oor schreeuwen om zich verstaanbaar te maken.
En ik moest dicht bij haar oor schreeuwen. Ze rook erg lekker.
‘Chanel No. 5?’ schreeuwde ik in haar oor.
‘Ja! Favoriete geur van Andy Warhol en Marilyn Monroe! Gemaakt
door de Russische parfumeur Ernest Beaux!’ schreeuwde ze terug.
Haar lippen raakten mijn oor aan.
‘Wist ik niet!’ schreeuwde ik weer.
‘In opdracht van Coco Chanel natuurlijk! Ernest Beaux was
de eerste parfumeur die aldehyden gebruikte! Aldehyden zijn organische
chemische verbindingen met een carbonylgroep waaraan een waterstofatoom
is gebonden! Die ruiken nogal scherp en onaangenaam, maar Beaux
ontdekte dat hij ze kon temmen met ylangylang olie!’
‘Met wat?’
‘Ylangylang olie, een sapje uit de Canenga Odorata, een boom
uit de familie van de Annonaceae, uit de orde van de Magnoliales!’
‘O!’
‘Hij had twee reeksen flesjes klaargezet voor Chanel, de eerste
reeks flesjes was genummerd 1 tot en met 5, de tweede 20 tot en
met 24! Chanel koos zonder een moment te aarzelen het flesje waar
nummer 5 op stond! “Hoe zullen we de geur noemen?” vroeg
Beaux! Opnieuw zonder te aarzelen antwoordde Chanel: “No.
5!”’
‘Mooi verhaal!’ schreeuwde ik.
‘Ja, vooral dat besluitvaardige van Coco Chanel! Zullen we
naar buiten gaan? Daar is het rustiger!’
Coco Chanel: Je ne croix pas à la copie, je croix
à l’imitation:
Marilyn Monroe: Interview:
Fragment 7
Het percentage werklozen in de straat was laag, dus ´s morgens
tussen zes en zeven uur begon een luid concert van wekkers. Onder
mij klonk een gemoedelijke bromtoon, een beetje als een scheepstoeter.
Rechts een nogal snibbig ding. Van links kwam een onophoudelijk
getinkel, als van een kristallen kroonluchter waar de wind doorheen
waait, gevolgd door snoeiharde muziek van Michael Jackson.
Marilyn werd nu ook wakker.
‘Wat is dat voor lawaai?’ vroeg ze slaperig.
‘Wekkers en Michael Jackson,’ zei ik.
‘Huh?’
‘Apparaten die mensen wakker maken, vijanden van de slaap,
zetbazen van de economie en Michael Jackson.’
‘Mag ik de sleutel van je huis?’ vroeg Marilyn.