|

Fragment uit Veel mensen vielen in zee
De geheimen van de bal zijn onpeilbaar veel dieper
dan de geheimen van het getal of van het woord.
Er zijn geheimen die omhullen en geheimen die omhuld worden. Er
zijn geheimen als kiezels zo hard voor het verstand en geheimen
als wonderen zo zacht voor het gevoel. Er zijn geheimen die iedereen
kent en geheimen die niemand kent. Er zijn rustgevende en onrustbarende
geheimen, diepe en ondiepe geheimen, geheimen in poedervorm en geheimen
als een blok.
Alle mensen hebben geheimen, heeft mijn vader gezegd.
In het begin is het een kwelling. Het is slopend, een geheim. Je
mag er met niemand over praten. Er is geen verlossing, geen opluchting,
geen bevrijding. Het geheim is als een vreemd lichaam in je lichaam.
Je wilt het eruit duwen. Je wilt je binnenstebuiten keren zodat
de binnenkant de buitenkant wordt. Je doet allerlei pogingen om
het kwijt te raken. Maar het blijft. Het gaat niet weg.
‘Op den duur raken mensen met alles vertrouwd.’
Om het dan nog prijs te geven is onnodig en gevaarlijk. Een geheim
ontploft wanneer je het uit de diepte omhooghaalt, net als een diepzeevis.
Het vereist een speciale techniek. Psychiaters kennen die techniek,
die bijna even gevaarlijk is als de geheimen zelf.
‘Heb jij geheimen?’
‘Natuurlijk.’
‘En mama?’
‘Dat moet je aan haar vragen.’
Geheimen planten zich voort langs de weg van het zwijgen. Maar prijsgegeven
geheimen verdwijnen in het niets, op de myriaden wegen en weggetjes
van het spreken. Dat is jammer. Geheimen zijn sieraden. Het is niet
goed als ze verdwijnen.
|