|

Een kleine storm
€ 19,90

|

Het engelentransport
€ 16,00

|
Het verlengen van de tijd
door Julia Baron
Waarom ditmaal een bundel met verhalen?
Het korte verhaal is de parel van de literatuur. Veronachtzaamd
weliswaar, maar met een grote schare liefhebbers van zowel lezers
als schrijvers, met daartussen echte diehards. Daar ben ik er een
van. In 2005 is een pil verschenen bij Uitgeverij Prometheus, met
een selectie van Nederlandse korte verhalen. Een echt puike uitgave,
samengesteld door Joost Zwagerman. Dat markeerde echt een eerherstel
voor het genre. Het werd niet opgevoerd als een mankement van de
schrijver, maar eerder als een kroon op het werk.
Het korte verhaal biedt de schrijver ruimte, de wetten zijn minder
dwingend, er is sprake van suggestie, de lezer is actiever betrokken.
Niet dat het korte verhaal een vrijblijvend genre is, integendeel.
Er gaan weken overheen voor ik de uiteindelijke beslissingen neem:
zo moet het, en niet anders. Je roept in korte tijd complete werelden
op en moet je pen dus trefzeker en zuiver richten. Het schuurt hier
en daar aan tegen de poëzie. In een roman voel ik me tegen
de helft van de voltooiing vaak opgesloten: het moet die kant uit.
Ik ervaar dat vaak als een cruciaal maar even teleurstellend moment.
In welk opzicht?
Je kunt, wanneer dat moment is aangebroken, niet anders dan het
boek op een zekere manier laten verlopen, een personage moet je
nu eenmaal confronteren om te laten evolueren, en daar zit een bepaalde
wetmatigheid in. Ik heb me vaak verzet tegen het verhaal zelf, tegen
de dwingende vorm en de onomkeerbaarheid die ontstond terwijl ik
schreef. Niet dat je daar geen invloed op hebt, je kiest tenslotte.
Maar sommige keuzes zijn op zeker moment uitgesloten, die ben je
dan gepasseerd. Dat gebeurt meestal iets over de helft van het boek.
En soms nog daarvoor. Tenzij je een radicaal andere compositie kiest,
en dat deel laat uitmaken van de roman. Boeken waarin dat lukt,
die dus tegen het verwachte verloop ingaan en waarbij het geheel
toch niet te geconstrueerd overkomt, ja, dat is een schone zaak.
Maar de mooiste uitspraak is toch van Cees Nooteboom, die zegt dat
het verhaal hem niet interesseert, alleen het schrijven.
In de werkelijkheid gaat het vaak om zeer kleine details, die scharniermomenten
kunnen zijn, en juist in het korte verhaal krijgen die alle ruimte.
Het is als het verschil tussen de duurloop en de korte sprint, voor
geen van beide takken van sport moet er minder hard getraind worden,
het is alleen een totaal andere samenballing van krachten.
Een bewuste keuze dus. Is aan te wijzen hoe die
is ontstaan?
In mijn vorige roman Fantastisch lichaam schreef ik korte,
chronologische scènes, het verhaal liep door vanuit verschillende
perspectieven. Ik vond het soms jammer in een scène op te
moeten houden omwille van de voortgang, en meer dan eens had ik
de neiging om de hoofdstukken verder uit te werken, als een apart,
op zichzelf staand verhaal. Maar het boek moest voort. Fantastisch
lichaam heeft een beladen en persoonlijk onderwerp, en liet
zich het beste schrijven in een korte, registrerende vorm, al het
andere zou larmoyant geworden zijn. Dus ik liet los, maar was zeker
niet uitgesproken over de potentie van de afzonderlijke scènes.
Nog een factor die bepalend is geweest is het werk als artistiek
leider van het Platform Theaterauteurs. Mij ontbrak simpelweg de
tijd en de spankracht om een hele roman ‘uit te zitten’.
Ik had steeds maar een paar weken aaneengesloten de tijd om me op
te sluiten en te gaan schrijven. Die weken nam ik zodra het werkschema
dat toeliet, en zo over twee jaar een aantal malen verspreid. Je
hebt dan lange onderbrekingen. Een roman vereist een regelmatig
ritme gedurende een aaneengesloten periode, het is een wereld waarin
je voor langere tijd verdwijnt, ook in sociaal opzicht. Daar was
nu geen ruimte voor. Maar daardoor heb ik het korte verhaal echt
als schrijver ontdekt, en er met zeer veel plezier aan gewerkt.
Het is dus bepaald geen aderlating geweest. Er zijn meer schrijvers
door de dagelijkse realiteit tot het korte verhaal gekomen. Brood
op de plank, studie, gezin. Carver is daar het voorbeeld van. In
‘gestolen’ tijd doen wat mogelijk is. Niet schrijven
is voor mij geen optie, ik moest die kant wel op.
Was je eerder lezer van korte verhalen, of is
die interesse later ontstaan?
De liefde voor het genre bestond zeker al langer. Maar Herm Pol,
de beste boekverkoper van Nederland, heeft me gewezen op een aantal
auteurs, waarvan Kevin Canty voor mij erg belangrijk is geworden.
Zijn A stranger in this world is onnavolgbaar, en geeft
precies wat korte verhalen moeten zijn, ook in hun samenhang. Met
Canty ben ik echt hartstochtelijk liefhebber geworden, al was het
vuur eerder aangewakkerd door Salinger, Carver, Bellow. En de bron
is oneindig rijk. Alice Munro doet weer heel andere dingen, net
als David Leavitt. De Angelsaksische traditie kent echte grootmeesters.
Maar ook de Italiaanse Natalia Ginzburg, en nu de Nederlands-Indische
schrijfster Maria Dermoût, die ik aan het herontdekken ben.
Totaal verschillende auteurs, elk met een schitterende pen voor
het genre.
In hoeverre is de lezer belangrijk bij deze keuze
voor het korte verhaal?
Net zo belangrijk, of onbelangrijk, als bij het schrijven van een
roman. Ik ben me van de lezer constant bewust, al staat dat bewustzijn
op een laag pitje als ik echt beslissingen moet nemen binnen het
werk zelf – daarin gebeurt wat moet gebeuren. Je schrijft
hoe dan ook altijd voor de lezer, anders moet je het niet willen
uitgeven. Je gaat in het hoofd van een ander zitten, die ander is
bereid je te volgen, zolang je het pad tenminste goed blijft uitzetten.
Dat zoek je in je vorm, in opbouw, in het uitpuren van je thematieken.
Dat vereist precisie van de schrijver en aandacht van de lezer.
Je bent elkaars deelgenoot, maar op een heel andere manier dan in
een roman.
Hoe zit dat dan, dat deelgenoot worden in die
verschillende genres?
Een roman biedt een samenhang waarin een wereldbeeld, een idee over
de werkelijkheid is vervat. In sommige romans is de compositie zo
af, alle draden worden zo tijdig en kundig verknoopt… Het
is vaak net een klassiek toneelstuk, wat structuur betreft, met
bedrijven die hun onontkoombare functie en verloop hebben, tot en
met catharsis en slot. De schrijver kan daarin nadrukkelijk aanwezig
zijn, diens wereldbeeld wordt als het ware in de personages gepropt.
De lezer doet er in dat soort boeken eigenlijk niet zo toe. In het
korte verhaal is bij uitstek ruimte voor suggestie, en dus interpretatie
door de lezer. Met het einde van een goed kort verhaal is de lezer
is nog lang niet klaar. Het is zelfs geen einde, maar het begin
van een serie mogelijkheden, die weer een andere ordening mogelijk
maken. Uit korte verhalen spreekt wel degelijk een wereldbeeld,
alleen ben ik als lezer degene die dat kan concluderen. Het is intrinsiek.
Uit Canty's werk is een heel duidelijk wereldbeeld op te maken,
het dringt zich alleen niet op.
In hoeverre heeft een idee over onze werkelijkheid
aan Een kleine storm bijgedragen?
Ik keek een periode avond aan avond televisie. Om zeven uur ging
dat ding aan en zat ik naar allerlei wonderlijke wedstrijden te
kijken. Het blik bekende Nederlanders was begonnen te vervelen,
onbekende mensen werden het nieuwe jachtterrein. Anoniem zijn is
verliezer zijn, alleen de winnaars werden getoond. Voordien waren
dat heel gewone mensen, nu stonden ze in het centrum van de belangstelling.
Ik vond het op mijn beurt wonderlijk dat ik bleef kijken. Je zag
het competitieve element tot in het absurde uitvergroot. Het gewone
is alleen nog goed genoeg om het af te zweren en vervolgens ergens
een ster in te willen worden. Het maakt niet uit in wat, als model,
als de moeder van het model, als paaldanseres, zanger, modeontwerper,
hondentrainer, ik weet niet wat allemaal. De competitie als strategie
om aan het gewone te ontstijgen, dat is geen onbekend fenomeen natuurlijk.
De sportwereld, en ook de kunst, zijn ervan vergeven. Maar in het
hyperrealistische genre van de televisie heeft het zulke groteske
vormen aangenomen, dat ik niet anders kan dan me afvragen wat er
met al die mislukkingen is gebeurd. Ik vind het gestuntel des te
interessanter, dat is toch waar het werkelijk om draait. Ik bedoel,
we modderen toch het grootste deel van de tijd door het bestaan.
De samenhang, die de romanvorm vanzelf impliceert,
is bij een verhalenbundel niet evident. Hoe zit het daarmee bij
Een kleine storm?
Het uitgangspunt van een centrale locatie stond van meet af aan
vast, vanaf daar wilde ik werken. Wanneer je een losse ordening
wilt, is zo'n locatie een krachtig maar onnadrukkelijk verbindend
element. Tijdens het schrijven, en in de uiteindelijke compositie
van het geheel, moest ik me daar constant rekenschap van geven.
Het idee ontstond op doorreis, toen ik stopte in een stadje en een
paar uur doorbracht rond een plein. Een web van levens werd erdoor
met elkaar verbonden, het was fascinerend. Door wie er met elkaar
contact had ontstond de suggestie van levens waar veel meer mee
aan de hand was dan je op het eerste gezicht vermoedde.
De verhalen in Een kleine storm spelen nagenoeg rond hetzelfde
uur, op dezelfde dag. Die gelijktijdigheid is verder niet zo functioneel
ingezet als bijvoorbeeld in Murakami's Na de aardbeving,
het is een handvat. Aan het slot van de bundel is die plek een compleet
andere geworden, door wat wij van de personages weten. Het is een
uitnodiging tot kijken, en nog een keer kijken.
Wat is thematisch gezien de overeenkomst tussen
de verhalen?
Ieder verhaal laat een keuzemoment zien. Ze staan op het punt om
iets wel of niet te doen. En soms is de keuze al gemaakt en zien
we de consequenties waarmee de figuren, al dan niet bewust, besloten
hebben verder te leven. Maar bovenal leven ze niet in het constante
besef van roem of mogelijke ontdekking. Ze leven daar gewoon rond
dat plein, en ieder ziet dat zo goed mogelijk te doen. Ze zien om
te gaan met de grote en kleine vernederingen waarmee ze hebben te
leven. En het komt niet op tv. Beslissingen, het gestuntel daarover,
daarmee leven we constant, vaker onopgemerkt dan in het zicht. Ik
bewonder mensen die de juiste beslissingen weten te nemen, die daar
zorgvuldig mee om kunnen gaan. In mijn werk laat ik de omstandigheden
zien waarin ze tot stand komen.
Kun je wat vertellen over de personages in het
boek?
Op mijn plein is een kiosk, gedreven door een man wiens vrouw een
tijd geleden is gestorven en die in contact komt met een jong, nogal
vreemd meisje. Dit vormt het openingsverhaal, waarin de bewoners
van het plein worden geïntroduceerd die we later in het boek
terugzien. Je hebt twee anorectische vriendinnen die onder pseudoniem
in een seksclub werken en die nu in therapie zijn om aan hun bestaan
te ontvluchten. De eigenaar van het restaurant de Delphi Grill heeft
een nogal duister verleden en komt in contact met een blind meisje.
Je hebt de twee voormalige kindsoldaten die op het weekmarktje staan
en onherroepelijk uit elkaar groeien, hierin speelt de moeder van
het blinde meisje een rol. Er is een destructief meisje dat haar
uit elkaar vallende gezin bijeen moet zien te houden, er is de vrouw
die haar bestaan bijeensprokkelt met escortdiensten en die een bezoek
verwacht van haar voormalige echtgenoot. Je hebt de lappenvrouw
die dagelijks op het bankje zit en een eenmansactie is gestart om
de fontein in de winter te laten spuiten. Een jonge vrouw past op
het kind van haar vriendin wier man een vreemdganger is, en een
meisje dat ontsnapt aan haar alcoholische moeder door uitzendwerk
te gaan doen in de Delphi Grill, waar ze op het spoor komt van andere
mogelijkheden in haar bestaan.
Waarom zouden mensen dit boek lezen, en niet een
dikke roman?
Nou, die roman moeten ze vooral blijven lezen. Maar de korte baan
past denk ik goed in deze tijd. Lekker voor het slapen gaan een
verhaal van het plein, of bij de treinreis naar het werk, en dan
op die manier de wereld leren kennen van een plein dat bij je om
de hoek zou kunnen liggen. Het zou je eigen leven kunnen zijn, of
dat van iemand die je kent. Het is spannend om te zien hoe ze zich
redden, of ergens uit manoeuvreren. In elk geval is het rond dit
plein een stuk spannender dan voor de tv. Wat geen enkel ander genre
lukt: het korte verhaal verlengt de tijd. Tijd, waar we allemaal
tekort aan hebben.
|