Uitgeverij De Geus
   Postbus 1878
   4801 BW Breda

   T (+31) 076 5228151
   verkoop@degeus.nl



   Home

   Nieuws

   Auteur

   Titels


   Recensies

 

 

Een huid van karamel

Over het onstaan van Een huid van karamel zegt ze:
‘De personages zijn autobiografisch, evenals het “doek” waarop ik schilder. Mijn familie zal alle stemmen herkennen en sommige personages. Wij gingen ook regelmatig naar Mexico om onze familie op te zoeken. Maar het verhaal zal hen verrassen’

 


Tussen haar eerste roman The House on Mango Street en deze opvolger ligt negen jaar. Cisneros vertelt dat het aan haar manier van werken ligt die niet lineair is.
‘Schrijven was voor mij alsof ik met een lepel kolen schepte in de stookplaats van de Titanic.
Ik wilde eigenlijk alleen maar schrijven over een meisje van een jaar of tien dat ik op een reis naar Acapulco zag. Ze was een mulata. Er wonen veel afstammelingen van slaven in Guerrero, de staat waarin Acapulco ligt. Veel donkere Mexicanen zijn daar getrouwd met Indianen waardoor je mensen hebt met een hele vreemde, prachtige huidskleur. Dat meisje was de eerste die ik zag met zo’n kleur. En ik moest mijn definitie van schoonheid herzien. Want in Mexico geldt: hoe lichter, hoe mooier. Dit meisje had een rood-bruine, karamel-kleurige huid. Daarover wilde ik een kort verhaal schrijven, maar het werd een groot verhaal en het meisje veranderde ook helemaal.’

Engels en Spaans

In Een huid van karamel kruidt Cisneros haar Engels met Spaanse uitdrukkingen.
Het geeft het verhaal een grote authenticiteit en het versterkt de sfeer.

‘Er is een Mexicaans gezegde dat luidt: Frans is de taal waarin je met een vrouw praat, met God spreek je Spaans en Engels gebruik je voor de honden.
Ik denk dat Engels een goede taal is om zaken in te doen. Zonder alle franje van het Spaans. Maar in een roman over het temperamentvolle karakter van Spaanstalige mensen voegt het Spaans juist weer iets toe.
Ik heb eens een tijdje achter de telefoon gezeten bij een service-lijn voor een oliemaatschappij. In een uur handelde ik honderd telefoontjes in het Engels af, maar in het Spaans haalde ik net de helft van dat aantal. Dat was omdat bij die gesprekken een heel ritueel van hoffelijkheden en plichtplegingen kwam kijken. Dat begin met “hoe gaat het” en “Goed, en met U?”. Dan vroegen ze God om me te zegenen, vervolgens deden ze hun verzoek en dan ging het van “Oh, ja, mijn neef staat hier en hij heeft een rekening bij zich. Kunt u daar ook even naar kijken?”’

www.degeus.nl