|
Een
huid van karamel
Over het onstaan van Een huid van karamel
zegt ze:
‘De personages zijn autobiografisch, evenals het “doek”
waarop ik schilder. Mijn familie zal alle stemmen herkennen
en sommige personages. Wij gingen ook regelmatig naar Mexico
om onze familie op te zoeken. Maar het verhaal zal hen verrassen’

Tussen
haar eerste roman The House on Mango Street en
deze opvolger ligt negen jaar. Cisneros vertelt dat het
aan haar manier van werken ligt die niet lineair is.
‘Schrijven was voor mij alsof ik met een lepel kolen
schepte in de stookplaats van de Titanic.
Ik wilde eigenlijk alleen maar schrijven over een meisje
van een jaar of tien dat ik op een reis naar Acapulco zag.
Ze was een mulata. Er wonen veel afstammelingen van slaven
in Guerrero, de staat waarin Acapulco ligt. Veel donkere
Mexicanen zijn daar getrouwd met Indianen waardoor je mensen
hebt met een hele vreemde, prachtige huidskleur. Dat meisje
was de eerste die ik zag met zo’n kleur. En ik moest
mijn definitie van schoonheid herzien. Want in Mexico geldt:
hoe lichter, hoe mooier. Dit meisje had een rood-bruine,
karamel-kleurige huid. Daarover wilde ik een kort verhaal
schrijven, maar het werd een groot verhaal en het meisje
veranderde ook helemaal.’

Engels
en Spaans
In Een huid van karamel kruidt Cisneros haar Engels
met Spaanse uitdrukkingen.
Het geeft het verhaal een grote authenticiteit en het versterkt
de sfeer.
‘Er is een Mexicaans gezegde dat luidt: Frans is
de taal waarin je met een vrouw praat, met God spreek je
Spaans en Engels gebruik je voor de honden.
Ik denk dat Engels een goede taal is om zaken in te doen.
Zonder alle franje van het Spaans. Maar in een roman over
het temperamentvolle karakter van Spaanstalige mensen voegt
het Spaans juist weer iets toe.
Ik heb eens een tijdje achter de telefoon gezeten bij een
service-lijn voor een oliemaatschappij. In een uur handelde
ik honderd telefoontjes in het Engels af, maar in het Spaans
haalde ik net de helft van dat aantal. Dat was omdat bij
die gesprekken een heel ritueel van hoffelijkheden en plichtplegingen
kwam kijken. Dat begin met “hoe gaat het” en
“Goed, en met U?”. Dan vroegen ze God om me
te zegenen, vervolgens deden ze hun verzoek en dan ging
het van “Oh, ja, mijn neef staat hier en hij heeft
een rekening bij zich. Kunt u daar ook even naar kijken?”’
|