|
Oeverloos denken
‘Mijn laatste roman, Normale dagen,
was voor mij een begin om meer afstand te nemen van de theatertaal.
Minder een gedachtengang op papier te zetten die je bijna als een
lange monoloog zou kunnen lezen. Al is het kenmerk van mijn personages
(en zal het dat vermoedelijk wel altijd blijven) dat zij last hebben
van een groot zelfbewustzijn, waardoor mijn proza uit veel gedachteomschrijvingen
bestaat, in Normale dagen lukte het me voor het eerst om
meer fysieke scènes te schrijven, meer omschrijvingen te
geven, gebeurtenissen te omschrijven, in plaats van alleen maar
gedachten. Dat is nog erg minimaal, maar het heeft mijn interesse
meer gekregen en ik wil dat uitbreiden. Door deze laatste roman
is mijn idee veranderd over hoe ik wil schrijven. Meer dan ooit
heb ik het verlangen om de personages te confronteren met andere
mensen, gebeurtenissen, de fysieke wereld.’
|