|
God is een variant van je eigen hoofd
Ze debuteerde in 2000 als prozaschrijver met de
verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn en werd sindsdien
bij ieder nieuw boek enthousiast ontvangen door een schare aandachtige
lezers en door de pers. Daarvóór vierde ze al successen als dramaschrijver.
Na twee romans en veel toneel verschijnt nu de roman De kleine
miezerige god, een rijke roman, die de lezer diep zal raken.
De doorbraak van een talent.
'Een schrijver moet een goede reden hebben om iemand iets
tragisch te laten overkomen'
door Sander van Vlerken
Laten we met misschien wel het moeilijkste, en in ieder
geval het meest in het oog springende van je nieuwe boek beginnen.
De titel, De kleine miezerige god.
'God is er zo'n beetje ingeslopen. Toen ik het boek begon te schrijven
zat er helemaal geen god in het plan. Dominique, de hoofdpersoon,
wil zich liefdevol gedragen tegenover haar dementerende moeder die
in een verzorgingstehuis woont. Op een gegeven moment vraagt Dominique
zich af: Voor wie doe ik dit eigenlijk? Niet voor mijn moeder, die
heeft niets in de gaten. En verplegend personeel is ook niet aanwezig,
net zomin als andere familieleden. Wat, kortom, als er geen getuigen
zijn van je handelingen? Dan bedenkt Dominique dat god haar ziet.
Het begint eigenlijk als een grapje. Zijn aanwezigheid geeft haar
een prettig gevoel. Ze heeft iemand nodig die haar ziet. Later heeft
ze meer nodig dan alleen een getuige. Dan projecteert ze steeds
meer ongenoegen op hem en wordt het een miezerige god, omdat hij
niets kan, alleen maar toezien.'
In je vorige boeken was je niet een auteur die over 'god' schreef.
'Ik bevind mij als schrijver nogal veel in het hoofd
van mijn personages. God is een behoefte om uit dat hoofd te geraken.
Om de blik op jezelf verder van je af te plaatsen, ogenschijnlijk
buiten je eigen hoofd. Maar God is natuurlijk gewoon een variant
van je eigen hoofd. Dominique heeft twee verlangens: het verlangen
naar een oordelende blik, van buitenaf, iemand die getuige is, en
je goedkeuring geeft of je bestraft, maar ook het verlangen naar
echt contact met een ander mens, een ander mens werkelijk te ontmoeten
en die dus niet alleen als "getuige" te beschouwen van jouw leven.
Maar zulke mensen zijn er niet in haar leven.'
Tot ze op een goed moment Kris tegenkomt met wie ze
wel echt contact heeft. En een vreemd contact met mevrouw Jovkov,
haar benedenbuurvrouw.
'Kris is een lelijke, nogal onbehouwen kerel die dwars
door alle conventies heen gaat. Hij is bonkig, onhandig. Beleefdheden
werken niet bij hem. Ze kan niet anders dan echt contact met hem
maken. De oude buurvrouw is ook onconventioneel. Bij haar zijn beleefdheden
evenmin van belang omdat zij Dominique helemaal niet ziet. In wezen
wordt Dominique door mevrouw Jovkov genegeerd. Dat stelt Dominique
gerust. Ze is zich in de buurt van haar buurvrouw niet zo overbewust
van zichzelf als het geval is op andere plekken. Tegelijkertijd
is het een ongevaarlijk contact. Ze wordt op geen enkele wijze met
zichzelf geconfronteerd. Het enige dat de buurvrouw van haar verlangt,
is haar aanwezigheid. Uiteindelijk lijkt dat een comfortabeler situatie
voor haar dan die met Kris, die van haar volledige aanwezigheid
eist, fysiek én mentaal.'
En ze wordt zwanger van hem. Een zwangerschap die verwarring
sticht, die vreugde brengt, maar ook veel verdriet als het kindje
niet levensvatbaar blijkt.
'Een schrijver moet altijd een goede reden hebben om iemand
iets tragisch te laten overkomen in het verhaal, anders ligt het
gevaar op de loer dat het sentimenteel wordt. Het belangrijkste
voor mij was hoe Dominique en mevrouw Jovkov zich tot elkaar verhouden
en hoe er een wending kan komen in hun verhouding. Daarvoor had
ik het nodig dat er bij Dominique veel zou gebeuren. Eerst moest
ze verliefd en gelukkig zijn, daarna diep in de put vanwege het
verlies van haar kind. Ik had het drama met het kind nodig om een
wending te laten plaatsvinden bij mijn hoofdpersoon.'
Dat klinkt technisch, maar de scène waarin het kindje
uit het ziekenhuis wordt gehaald is hartverscheurend en gaat heel
diep onder het hart van de lezer zitten.
'Ik denk dat je je met zoiets gemakkelijker identificeert
dan met het bizarre contact met de buurvrouw. En het is natuurlijk
ook een aangrijpender gebeurtenis dan een kop koffie drinken bij
de buurvrouw op de bank, hoe vreemd die buurvrouw ook is. Een van
de belangrijkste ontwikkelingen die ik de laatste jaren als schrijver
heb doorgemaakt, is dat ik nu een "rijke" roman heb kunnen schrijven.
Toen ik nog zowel proza als drama schreef, deelde ik mijn onderwerpen,
thema's en kwaliteiten in per genre en per stuk. Ik kapte heel veel
af dat spontaan de kop opstak als ik aan een tekst werkte. Ik was
beducht voor complexiteit omdat ik dacht dat ik het dan niet meer
zou kunnen overzien. Nu heb ik voor het eerst een compleet boek
geschreven, met rijke personages met een verleden en een heden,
familie en een baan. Als ze in het zesde hoofdstuk op een bepaalde
manier handelen, dan is dat omdat ik dat in het eerste hoofdstuk
heb ingezet. Ik werk ook meer op voorhand uit dan vroeger en daardoor
krijg je een vollere wereld, die minder afgesloten is dan in mijn
vorige boeken, en dus ook echtere mensen, met wie je je beter kunt
identificeren.'
Om wie je heel vaak ontzettend kunt lachen, tussen de
drama's door, en om wie je dus ook heel erg kunt treuren, als de
kleine miezerige god werkeloos toeziet wanneer het kindje niet levensvatbaar
blijkt.
'Ik snap dat de dood van het kind veel indruk maakt. Maar
wat voor mij misschien wel een veel belangrijker onderwerp is, is
dat het haar niet lukt om te kiezen voor de persoon van wie ze houdt.
Dat ze verstrikt raakt in een relatie met een vreemde buurvrouw,
alleen vanwege de obsessie "het goede te willen doen" en de man
van wie ze houdt gewoon achterlaat.'
|