Website Uitgeverij De Geus


   Home

   Auteur

   Titels

   Het idee

   Fragment

   Nieuws

   Pers

  



Hoe breng je talent tot bloei?

Steeds liep ik ze op feestjes tegen het lijf: de consultant van midden veertig, ooit voorbestemd om een beroemde jazz-zangeres te worden. De journalist die al jaren zijn opzienbarende roman aankondigde, maar ja, druk, druk, druk. De schilderende accountmanager wiens zolderatelier vanwege gezinsuitbreiding tien dagen eerder knalroze was geverfd.
Allemaal stonden ze ooit voor de keuze tussen een maatschappelijke carrière en hun artistieke roeping. Allemaal hadden ze uit gemakzucht, financiële overwegingen of ‘omdat het nu eenmaal zo liep’ gekozen voor het eerste. Het maatschappelijke succes was gekomen, maar de spijt over die keuze van destijds lag na drie bier duimendik op hun gezicht. Hun werkelijke passie had nooit de kans gekregen zich te manifesteren.
Wiens talent komt tot bloei en wiens talent sterft roemloos af? Dat fascineerde me. Was het een kwestie van aanleg, toewijding, ambitie, of speelden andere factoren een rol? In mijn tweede roman, Hunkering, wilde ik op zoek naar een antwoord.
Arend en Hugo, de twee hoofdpersonages, komen eind jaren tachtig op hun achttiende vanuit de provincie naar Amsterdam met maar één doel: slagen als kunstenaar. Alles moet daarvoor wijken: hun leven, hun gezamenlijke liefde Dana, uiteindelijk zelfs hun onderlinge vriendschap.
Dan verspringt het decor naar het begin van de eenentwintigste eeuw. De idealen van toen hebben plaatsgemaakt voor populisme en pragmatisme. Arend, inmiddels succesvol ondernemer, wordt op een avond door een onbekende vrouw gebeld: Hugo ligt na een aanrijding in coma. Hij wordt om bijstand gevraagd om het raadsel van Hugo’s mysterieuze ongeluk op te lossen. Dana, hun gezamenlijke muze, zal er een cruciale rol in blijken te spelen.
Hunkering bevat twee verhaallijnen die in een vroeg stadium met elkaar verknoopt raken en onontkoombaar toewerken naar een spannende en verrassende ontknoping. Een boek dat de consultant, journalist en accountmanager in hun spaarzame vrije tijd in één ruk zullen uitlezen.’

Het idee achter Familievlees

‘Ik ben met mijn roman begonnen uit ergernis over en fascinatie voor de Groningse Blauwe Stad. Voor dit project wordt een aantal hectares ooit ingepolderd land weer onder water gezet om er drijvende vakantiebungalows voor Randstedelingen te creëren. De ultieme verpretting van het platteland.
Ik zocht naar een commentaar hierop, een van ernst doortrokken parodie. Mijn boek moest niet over een kunstmatig meer in Groningen gaan, maar over een kunstmatige berg in Drenthe. Ook daarop worden aan het eind van het boek vakantiebungalows neergezet (plus een kabelbaan naar de top en een fietspad voor bergbeklimmers), die het denkbeeldige dorp Garssen nieuw leven moeten inblazen maar die in feite de ondergang van het dorp betekenen.
Daar moest een verhaal aan voorafgaan, een verhaal over mensen van vlees en bloed. Ik kwam erop via een voormalige shirtsponsor van de voetbalclubs Cambuur en Veendam: Kroon Worst. Ik zag die naam als voetballiefhebber af en toe op het tv-scherm passeren, maar had nog nooit in mijn leven daadwerkelijk een Kroon Worst gezien. Zou het bedrijf wel bestaan? Op zoek naar details stuitte ik op internet op de voormalige vleesfabriek Udema in Gieten (Drenthe), begin twintigste eeuw begonnen en ergens in de jaren zestig of zeventig door Unilever overgenomen en vakkundig de nek omgedraaid. Over dit bedrijf bleek een boek te zijn geschreven. De familie Udema was allesbehalve saai. Neem alleen al de oprichting van het bedrijf: de eerste Udema – een timmerman – had zijn hand verwond bij een schot waardoor hij ander werk moest zoeken. Hij werd varkenshandelaar en stichtte een fabriek die met zijn metworst en Smac tot in Amerika beroemd werd.
Op een dag kwamen berg en fabriek in mijn fantasie samen. Toen kon ik gaan schrijven.’