Auteur
Henning Mankell (Stockholm, 1948) groeide op in het dorpje Sveg, in het noorden van Zweden. Als jong volwassene verhuisde hij naar Zuid-Zweden en ontpopte zich in de jaren zeventig als toneelschrijver. Zijn eerste roman publiceerde hij in 1972.
Mankell dankt zijn internationale roem aan de tiendelige reeks over inspecteur Kurt Wallander, die inmiddels in zijn geheel bij De Geus is verschenen en bestaat uit de delen: Moordenaar zonder gezicht, Honden van Riga, De witte leeuwin, De man die glimlachte, Dwaalsporen, De vijfde vrouw, Midzomermoord, De blinde muur, De jonge Wallander en De gekwelde man. De reeks is aan meer dan 30 landen verkocht en de verkopen van de delen belopen wereldwijd meer dan 25 miljoen exemplaren. De Wallander-romans werden verfilmd en er verscheen een televisieserie die in 2009 werd bekroond met een BAFTA-award voor beste dramaserie.
Naast de tiendelige Wallander-reeks schreef Mankell op zichzelf staande misdaadromans, waaronder De terugkeer van de dansleraar, Voor de vorst, Labyrint, Kennedy’s brein en De Chinees. Van zijn literaire oeuvre verschenen bij De Geus Daniel zoon van de wind, Italiaanse schoenen, Tea-bag, Verteller van de wind, Het oog van de luipaard, Diepte, Aan de oever van de tijd en De Daisy sisters. Van Mankell verscheen ook een boek over de aidsproblematiek in Afrika, Ik sterf, de herinnering leeft. Tevens schreef Mankell verschillende jeugdboeken, waaronder De hond die naar de sterren rende, Lukas en de kat die van regen hield, Schaduwen in de schemering, Reis naar het einde van de wereld en De jongen die met sneeuw in zijn bed sliep.
Als dramaschrijver is Mankell al even productief. Hij heeft verschillende toneelstukken en televisieseries op zijn naam staan. Zijn eerste toneelstuk werd opgevoerd toen hij achttien was. In de afgelopen vijftien jaar werkte Mankell als regisseur in Mozambique. Hij is getrouwd met Eva Bergman, ook een regisseur en dochter van de filmregisseur Ingmar Bergman. Voordat Mankell zich in Mozambique vestigde, had hij al enige tijd in Zambia gewoond. Al heel vroeg in zijn leven besloot hij Europa met Afrika te combineren: 'Ik heb nooit romantische ideeën over Afrika gekoesterd. Ik nam destijds een rationele beslissing. Als jong auteur besefte ik dat ik behoefte had aan een aanvullend perspectief op het leven in Europa. Dat heeft Afrika mij geboden. Vanuit Mozambique kijk ik anders naar Europa. Dat was mijn ambitie, en dat is het nog steeds. In dat opzicht heeft Afrika van mij een beter mens gemaakt.’
