Website Uitgeverij De Geus
 
over DE AUTEUR
 
boek
 
waarom dit boek
 
EEN FRAGMENT
 
nieuws
 
weblog
 
Pers

 


Website Uitgeverij De Geus

 

Waarom dit boek?
Interview door Ad van den Kieboom, redacteur

Hoe past het werk dat je nu doet in de activiteiten die je daarvoor deed?
‘Ik ben acht jaar Midden-Oostenredacteur bij Trouw geweest. Direct na de Amerikaanse inval van april 2003 ben ik naar Bagdad gereisd, en eind 2003 heb ik de eerste journalistieke training gegeven in het Koerdische noorden van Irak. Daarna zijn er jaarlijks een of meerdere trainingen gevolgd, altijd in het noorden. Want na april 2004 was het voor mij niet meer mogelijk om naar Bagdad te gaan. De trainingen leidden altijd tot verhalen in de krant, waardoor Trouw het ook een mooie combinatie vond. Ik deed verse informatie op en schreef actuele stukken voor de krant. Bovendien vond ik het heel prettig mijn kennis te kunnen delen, en zette elke training me opnieuw aan het denken over de manier waarop ikzelf de regels naleefde die ik aan anderen oplegde. Dat is heel verfrissend. Maar na vier jaar vond ik het resultaat van al die inspanningen te mager. De enige manier waarop ik dacht echt iets aan de kwaliteit van de Iraakse media te kunnen doen – en zo te kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de democratie – was door er een mediacentrum op te zetten dat trainingen levert aan journalisten en media. Naast het organiseren daarvan train ik zelf en verzamel ik nog steeds informatie. Ik schrijf nog voor de krant; twee keer per week een weblog en regelmatig reportages.’

Wat is er sinds je aantreden veranderd in je visie op de toekomst van Irak?
‘Ik ben somberder geworden. Na de inval hoopte ik, net als veel Irakezen, dat ze de omslag naar een democratie zouden maken. Maar in feite is het politieke systeem niet veranderd, alleen de spelers. Politici zitten er voor zichzelf, niet voor de burgers. Burgers stemmen hen niet weg omdat ze via baantjes, stukjes land en nepotisme aan ze gebonden zijn. Ik zie dat het veel langer gaat duren voor ook in de veilige gebieden iets ontstaat wat echt lijkt op democratie. Ik zie dat er veel druppels nodig zijn om de oceaan van kleur te doen veranderen. Bovendien is in de rest van Irak het geweld wel wat geluwd, maar alleen door soennitische jongeren (die vaak eerst samenwerkten met religieuze extremisten) te bewapenen en als burgerwachten in te zetten. Wat gebeurt er als de Amerikanen weggaan, en dus de controle wegvalt? Worden die wapens dan ingezet tegen de sjiieten? Ik vrees dat de strijd dan wordt hervat en nog heel lang kan duren.’

Wat is het grootste vooroordeel van het Westen over de situatie in Irak?
‘Dat de Irakezen ondankbaar zijn nadat de Amerikanen ze bevrijd hebben van hun dictator. De blijdschap daarover was voor mij het meest indrukwekkende in april 2003. De Irakezen hebben gelijk dat ze kritiek hebben op de manier waarop de Amerikanen in hun land tekeer zijn gegaan – soms vast met de beste bedoelingen van de wereld. Maar het gebrek bij Amerikaanse soldaten (vaak heel gewone jongens met weinig opleiding en levenskennis) aan kennis over de Arabische cultuur is hier debet aan. En daarna het vooroordeel dat je Irakezen alleen maar met harde hand kunt aanpakken. Na een dictatuur van dertig jaar kun je niet verwachten dat een volk zomaar de democratie omhelst.’

Hoe kwam je op het idee voor dit boek?
‘Ik schreef voor Trouw berichten en artikelen over de situatie, en registreerde hoe de groepen elkaar steeds meer naar het leven gingen staan. Ik wilde weten hoe mensen overleven terwijl er om hen heen gemoord wordt en ze elkaar niet meer vertrouwen. Noem het maar “de achterkant van het nieuws”, want dat is eigenlijk waar ik als journalist ook het meest in ben geïnteresseerd. Toen ik de informatie had verzameld, door met heel veel mensen te praten, bleek dat niet bruikbaar voor een journalistiek, puur feitelijk boek. Mensen wilden me niet het achterste van hun tong laten zien, de echte emotie was onbespreekbaar. Maar die kende ik wel: door wat vrienden me vertelden, door veel verhalen die ik off the record hoorde. Langzaam groeide het boek naar meer dan het registreren van de feiten.’

Wat is voor jou het grote verschil tussen het schrijven van een artikel en een roman?
‘Als je een artikel schrijft, stapel en interpreteer je feiten en verpak je die zo dat je lezer doorgaat met lezen. Voor een roman is de verbeelding belangrijk; je moet proberen het beeld dat in je hoofd leeft van een situatie over te brengen. In dit geval zijn de situaties op feiten gebaseerd en is het verhaal grotendeels verzonnen. Ik merkte bij het schrijven dat de personages gingen leven, dingen beleefden die niet gepland waren, met me wegliepen. Soms was ik opeens uren verder na het schrijven van een scène. Soms voelt het alsof je een deel van de dag alleen in je hoofd hebt gezeten, weg van de wereld. Dat gebeurt niet bij het schrijven van een artikel.’

Welke van je personages ken je persoonlijk?
‘De arts Azadin en zijn dubbele gezin bestaan. Ik ontmoette hem nadat ik zijn zoon had geïnterviewd over de gruwelijke moord die hij had gezien. Het grappige is dat ik hem, nadat het boek al grotendeels was geschreven, opnieuw ontmoette in Suleymania en hij me toen uitnodigde voor een maaltijd bij een van zijn twee vrouwen thuis. Toen realiseerde ik me dat de echte arts maar half lijkt op de Azadin in het boek, en dat diens persoon een soort fusion is geworden met een andere Bagdader, die in Irbil een goede vriend is geworden.
Ook Qassim bestaat; diens personage lijkt op mijn tolk uit Bagdad, Kassim. Hier is het omgekeerde aan de hand: de persoon lijkt op de Kassim die ik ken, hun verhalen overlappen elkaar nauwelijks. De goudsmid Yacoub is gebaseerd op het verhaal van een goudsmid die ik in Suleymania interviewde voor een artikel over de goudmarkt daar voor Trouw, en die ik later nog eens opzocht voor een langer gesprek. Maar als je een roman schrijft, gaan personages een eigen leven leiden. Ze beleven dingen die de personen op wie ze gebaseerd zijn, niet hebben meegemaakt.’

Welk personage heeft jouw grootste sympathie?
‘Er zijn twee mensen die in het boek een duidelijke ontwikkeling doormaken. Dat zijn Azadin, die na zijn ontvoering het leven meer is gaan waarderen, en Ali, die zich onder de druk van de omstandigheden heel anders ontwikkelt dan hij onder Saddam zou hebben gedaan. Dat zijn de twee personages op wie ik het meest gesteld ben.’

Wat wil je dat de lezer na het dichtslaan van het boek voor gevoel overhoudt?
‘Ik hoop dat de lezer zich een voorstelling kan maken van wat hem of haar zou zijn overkomen als Bagdad Amsterdam heette, of welke andere westerse plaats dan ook. Dat wat zo ver weg is dichterbij is gehaald. Dat hij of zij zich realiseert wat geweld voor gewone mensen betekent, in een ver land dat we alleen van het nieuws kennen.’



uitgeverij De Geus