|
Fragment uit Wachtwoord:
‘De advocate’, zei de vrouw achter de
balie. Ze keek ons aan met een verbaasde blik, wenkbrauwen omhoog,
het hoofd iets naar achteren. Ze had donkerblond haar met een rode
gloed, om de ringvinger van haar linkerhand zat een pleister. Ik
zag het, maar het drong niet echt tot me door. Ik was te veel gericht
op het moment dat Guus binnen zou komen.
‘Vandaag zitten de tien maanden erop’, zei ik. ‘Vandaag
gaat ze mee door die deur.’ Ik wees met een theatraal gebaar
naar de uitgang, naar de deur die via de veiligheidssluis naar het
parkeerterrein leidde. ‘Om tien uur precies’, zei ik.
Ik keek naar de klok aan de muur. ‘Nog drie minuten.’
‘Ik ben bang dat er iets niet klopt’, zei de vrouw
achter de balie.
Fragment uit CEL:
Van
Bilt pakte een paar papieren uit de map, schikte ze voor zich op
de tafel, zette een leesbril op en begon voor te lezen. ‘Om
tien voor twee op 2 juli werd in Monster, Zuid-Holland, een man
aangereden.’ Hij stopte en keek me aan over de rand van zijn
leesbril.
Ik zei niets.
‘De man heeft zijn beide benen verloren, zijn rug gebroken
en zware inwendige bloedingen gehad’, zei Van Bilt zonder
nog in het verslag te kijken. ‘Hij ligt in het ziekenhuis
en zijn vooruitzichten zijn slecht.’
‘Dat geloof ik onmiddellijk.’
‘Nee toch.’ Van Bilt kon zijn sarcasme niet meer onderdrukken.
Ik zweeg. Dat dit allemaal aan mij werd verteld en dat ik het op
een politiebureau in Monster moest horen, stelde me niet gerust.
De overeenkomsten met de gebeurtenissen van die ochtend waren overduidelijk.
Hit and run.
‘Van de auto hebben we alle gegevens’, zei Van Bilt.
‘Niet alleen door de getuigenverklaring, maar ook door de
foto die automatisch werd gemaakt toen hij door het rode licht reed.’
‘Mooi’, zei ik.
Van Bilt antwoordde niet. Hij pakte een envelop en haalde er een
foto uit die hij naar me toe schoof. ‘Het betreft een bronskleurige
BMW 5-serie’, zei hij.
Ik keek naar de foto van een BMW die door een rood stoplicht reed
op een kruispunt dat ik nog nooit had gezien. De fietser stond ook
op de foto. Het was het moment vlak voor de aanrijding, vastgelegd
zoals het nooit meer worden zou.
‘Kenteken…’
‘NN-BD-80’, zei ik.
‘Dus u kent de auto?’
‘Nee, dat zie ik hier op de foto.’
Er viel een ongemakkelijke stilte. Van Bilt wachtte tot ik iets
zou zeggen, maar ik had geen idee wat dat zou moeten zijn. Uit alles
bleek dat er iets van mij werd verwacht, het was om gek te worden.
‘Bronskleurige BMW 5-serie, kenteken NN-BD-80’, herhaalde
Van Bilt en weer keek hij me aan.
‘Ja. En?’ zei ik.
‘Wilt u over die auto misschien iets zeggen?’
‘Ik zou niet weten wat.’
Van Bilt haalde een vel papier uit de map en schoof ook dat naar
me toe. Het was een uitdraai van de Rijksdienst voor het Wegverkeer,
centrale kentekenregistratie. Betreft: Eigendom van een BMW 5-serie,
NN-BD-80, kleur brons.
De auto stond op mijn naam.
|