Website Uitgeverij De Geus
 
DE AUTEUR
 
Titels
 
De pers
 
Nieuws
 
Voorpublicatie
 
interview
 

 

 

 

Interview

Redacteur Ad van den Kieboom stelt vragen aan Jac. Toes over zijn laatste thriller Blind zicht.

Het verhaal speelt tegen de achtergrond van een gemeente met een megalomaan ontwikkelingsplan en een ondernemingsraad die zich beraadt op een standpunt. Kende je die wereld goed genoeg om de thriller te kunnen schrijven of heb je je nog moeten inlezen?
Ik was totaal onbekend met die wereld en uit mezelf zou ik ook niet snel op het idee gekomen zijn om een ondernemingsraad als decor voor een misdaadroman te nemen. In 2007 werd ik echter benaderd door een van de directeuren van bureau Danthe. In plaats van een voorlichtingsbrochure wilde hij een misdaadroman aan zijn relaties geven, waarin methode en achtergrond waren ontleend aan zijn bedrijf: een adviesbureau voor OR-leden. Het moest een luisterboek worden. Na mijn ja-woord heb ik een aantal trainingen bijgewoond. Het bleek een eyeopener. Van de gemeentelijke dienst Wijken uit Utrecht tot de Gezondheidszorg Oost-Brabant, overal had men te maken met valkuilen en wegversperringen die de medezeggenschap bemoeilijkten. In het begin had ik de grootste moeite om acht uur per dag op een stoel in een vergaderruimte te blijven zitten. Naderhand werd ik in de materie getrokken. Ik stond versteld van de machtsstrijd die vaak geleverd wordt met de ‘bestuurder’, zoals die in de wet wordt genoemd. Het meeste plezier heeft me de ontdekking gedaan dat in de wereld van de ondernemingsraden de spanning voor het oprapen lag. Het lijkt een saaie business, maar er staan wel degelijk grote belangen op het spel. Zoals overal maakt macht (of het verlangen ernaar) de meest onverwachte en duistere kanten in een mens los. Ik heb bijvoorbeeld ook onderzoek gedaan naar de ondernemingsraad van een haven in het zuidwesten des lands. Ik stuitte op spionage, omkoping, bedreigingen, rücksichtslose represailles, cynische complotten van ogenschijnlijk fatsoenlijke (overheids!)partijen, met als inzet vele tientallen miljoenen euro’s. Kortom, een grabbelton voor een misdaadauteur. En daarin heb ik mijn greep gedaan voor Blind zicht.

Hoe ontwikkelt de plot zich tijdens het schrijfproces? Begin je met enkele uitgangspunten? Heb je het hele schema al klaar?
Vroeger maakte ik enorme samenvattingen, waarin de karakters van de hoofdpersonen, de plotlijnen en de inhoud per hoofdstuk etcetera uitgebreid waren beschreven. Tegenwoordig beperk ik me tot een ruwe schets, die me houvast biedt voor het geval ik vastloop. Het is eerder een soort vangnet in plaats van een werkschema. Ik laat meer toe dat het verhaal in de loop van het schrijfproces kan veranderen doordat ik tijdens de research nieuwe ontdekkingen doe of doordat er uit de schrijfbron materiaal komt bovendrijven dat een andere richting aan mijn werk geeft.

Blind zicht is niet alleen een spannend verhaal, het leest ook als een lichte satire op de relatie ambtenarij en OR-bestuurders. Hoe zie je de verhouding inhoud versus spanning? Moet er voor jou altijd een inhoudelijke verwijzing zijn naar een maatschappelijk fenomeen?
Een misdaadroman leent zich bij uitstek voor een maatschappelijke link. Een misdrijf is altijd een inbreuk op een orde – juridisch of op zijn minst sociaal. Er wordt een afspraak geschonden waarvan we dachten dat die vanzelfsprekend was. En wat er dan bovenkomt, raakt niet alleen de persoonlijke emoties, maar laat ook zien dat die maatschappelijke verhoudingen ook niet meer zijn dan een afspraak en dat daaronder drijfveren liggen die daar haaks op staan. Dat is interessant omdat die motieven normaliter onzichtbaar blijven onder de laag die we ‘fatsoen’ noemen. Een misdaad werkt dan als een fileermes dat deze onderliggende werkelijkheid blootlegt.

Het milieu van de duikerswereld speelt een prominente rol. Hoe is dat in het verhaal gekomen?
Ik heb zelf gedoken totdat een bijna-ongeval een paar jaar geleden daar een einde aan maakte. Anderen hebben het daar onder gelijksoortige omstandigheden niet overleefd. Het is overigens niet de schrik die me toen deed ophouden. Geheel volgens het boekje ben ik meteen weer naar beneden gegaan. Het thuisfront kreeg er echter daarna de zenuwen van als ik weer met de flessen lucht naar de auto sjouwde. Maar ik sluit niet uit dat het weer eens gaat kriebelen. Ik heb er goede tijden beleefd, deep down under.

Je hebt een quasi-nonchalante manier van vertellen, waarin ook een cynische humor zit. Hoe belangrijk is die luchtige laag voor jou?
Het is mijn manier om een al te opgelegde dramatiek te vermijden die constant op de loer ligt. Ik wil er veel aan doen om die pathetiek geen kans te geven mijn werk binnen te sluipen. Misschien speelt mee dat ik bepaald niet ben opgegroeid met een overdaad aan emoties. Aanstelleritis, was de gevleugelde uitdrukking bij ons thuis. Hoe dan ook, met een tongue in cheek-humor, een rationele beschrijving van de gewelddadige gebeurtenissen en een afgeleide beschrijving van emoties, laat ik weliswaar veel over aan de lezer om een gevoelsmatige invulling aan de gebeurtenissen te geven, maar ik houd de onechtheid of het effectbejag buiten de deur. En laten we het invoelende vermogen van de lezer ook niet onderschatten …

Als je de stijl van je eerste boek vergelijkt met die van je laatste boek, wat is dan het grootste verschil? Probeer je bij elk boek bewust die eigen stijl weer wat verder te ontwikkelen of is dat niet aan de orde?
Het zou voor mij een nachtmerrie zijn om mijn schrijverschap in dienst te stellen van een format, waarmee ik vijftig, zestig romans kan schrijven met een en dezelfde hoofdfiguur, hetzelfde decor en dezelfde opbouw. Je wordt dan een vakkenvuller van je eigen schappen. Saai, ook al zou je er de bestsellerlijsten mee bereiken. Sowieso kies ik elke keer een nieuwe subcultuur als decor. Het is een beetje mijn handelsmerk geworden, hoewel er geen bewuste strategie aan ten grondslag ligt. Ik wil vooral nieuwe gebieden onderzoeken. Qua stijl streef ik naar een mengeling van eenvoud, elegantie en durf. Ik ben er wel zeker van dat mijn schrijfwijze veranderd is. De elfde druk van Fotofinish heb ik bijvoorbeeld onlangs herzien en ik kwam tot honderden kleine wijzigingen, die vooral de stijl betroffen. Ik denk dat ik minder omslachtig schrijf, en dichter bij wat ik wil uitdrukken.

Welk personage is jou het meest sympathiek? En waarom?
In Blind zicht is dat de hoofdpersoon Ray Sol. Hij is held én antiheld tegelijk. Hij is held omdat hij ondanks alles zijn intuïtie volgt. Hij is antiheld omdat zijn ego hem geregeld ervan weerhoudt om met succes aan dat innerlijke weten gehoor te geven. Dat is een strijd die ik zelf ook wel ken, maar als ik om me heen kijk, ben ik gelukkig niet de enige.

Wat is jouw antwoord op de eeuwige vraag of de thriller tot de literatuur gerekend mag worden?
Als het leven een soep is, dan moet de roman het bouillonblokje zijn waarin alle ingrediënten zijn samengebald. Dat geldt voor de misdaadroman en ook voor andere literaire genres, want waarom zou je aan een goede misdaadroman andere eisen stellen dan aan een goede roman? Het enige verschil zou zijn dat het accent bij een misdaadroman meer op spanningstechnieken komt te liggen en dat de thematiek rondom een misdrijf wordt opgebouwd. De lezer die een misdaadroman koopt om zich op een badlaken aan het strand een paar uur te verdoven, koopt een andere roman dan de lezer die aan de hand van een misdaad een verrassende kijk verwacht op motieven als liefde en macht, of die op zoek is naar een maatschappelijke analyse, waarbij de auteur een gewelddadige inbreuk als het bovengenoemde fileermes hanteert om lagen in een bestaande orde bloot te leggen. Hoe graag beiden ook een spannend verhaal willen lezen, ze vragen om totaal verschillende boeken. In de literaire wereld is het normaal om verschil te maken tussen de boekjes die in de schappen van de supermarkt zijn te vinden – namelijk de lectuur of triviale literatuur – en het werk dat bij de (betere) boekhandel gekocht wordt. Deze scheiding vinden we ook op allerlei andere niveaus terug: bij uitgevers, recensenten en lezers.
Voor misdaadromans lijkt die scheiding echter niet te gelden, hoewel er binnen het crimegenre wel degelijk even grote kwaliteitsverschillen zijn aan te wijzen. In de kast Spanning staat alle crimefictie broederlijk bij elkaar, alsof elke auteur tot een en dezelfde gezellige familie hoort. Als crimefictie ooit tot een volwaardig literair (sub)genre gerekend wil worden, zullen misdaadauteurs literaire criteria niet alleen voor hun eigen werk moeten hanteren, maar ook op basis van een kwaliteitsmerk een scheiding in het eigen genre teweegbrengen. Dat zou betekenen dat het deel van de misdaadauteurs die zich nu uit marketingoverwegingen bedienen van het etiket ‘literaire misdaadroman’ zich ook daadwerkelijk losmaken van hun lectuurcollega’s …