|
DE PERS OVER HET WERK VAN TON VAN REEN
De pers over Het winterjaar
De pers over Gestolen
jeugd
De pers over Klein volk
De pers over Het winterjaar
'Het winterjaar is een mooi, ontroerend boek waarop tot
dusver vrijwel alle critici opgetogen reageerden... Een katholieke
pendant van Wolkers' Terug naar Oegstgeest.'
– Frits Abrahams in Vrij Nederland
'Deze Van Reen sluit aan bij de kleine rij Nederlandse
schrijvers die over hun ouders hebben nagedacht: 't Hart, Brouwers,
Siebelink, en Van Kooten, schrijvers voor wie de vorige generatie
niet meer onderuitgehaald hoefde te worden maar met genegenheid
herdacht.'
– Wam de Moor in De Tijd
'Een literair werk van betekenis en een krachtproef
van een gedreven auteur, met een fijn gevoel voor verhoudingen en
een scherp inzicht in de menselijke natuur... een schrijver die
geleerd heeft te relativeren.'
– Elsevier

De pers over Gestolen jeugd
'Een mooi, uiterst toegankelijk boek waarin Van Reen verhaalt over
de weerslag van de Tweede Wereldoorlog op het leven van een jongen
en een meisje.'
– De Gelderlander
'Een toegankelijk, intiem boek. Een bijzondere familiegeschiedenis
die niet in uw boekenkast mag ontbreken.'
– www.margriet.nl
'Van Reen heeft het verstoorde leven van Lei en Dora
op een adequate en gevoelige manier voor het voetlicht gebracht.'
– Leeuwarder Courant
'Gestolen jeugd is de kroniek van een ontluikende,
maar bruusk afgebroken puberteit in oorlogstijd. Van Reen beheerst
de materie volkomen en verstaat de kunst om zich in zijn personages
in te leven.'
– Standaard der Letteren
'De roman Gestolen jeugd van Ton van Reen
is een voorbeeld van een literair werk dat mij zeer inspireert.
Eindelijk weer eens een Nederlandse roman die vanuit een authentieke
levenservaring niets verdoezelt van wat het leven aan narigheid
en verdriet meebrengt, en die tezelfdertijd laat zien welke krachten
de mens bezit om te midden van alle verwarring het goede zichtbaar
te maken. (...) De auteur verstaat de kunst om met een waarachtige,
zorgvuldige taal een levende wereld voor ogen te roepen.'
– Nederlands Dagblad
'Voor dit boek heb ik met alle genoegen nog een plaatsje
gezocht op een van de uitpuilende rekken van mijn oorlogsbibliotheek.'
– De Vrijzinnige Lezer

De pers over Klein volk
'Klein volk bevat een zestiental volksverhalen die Van
Reen in zijn geboortestreek de Peel heeft gehoord. In deze verhalen
is hij op z'n best.' – de Volkskrant
'Ton van Reen houdt de verhalen levend.'
– Dagblad De Limburger
'Het meest curieuze boek van dit najaar.'
– Historisch Nieuwsblad

Fragment uit Bevroren dromen (opgenomen
in de bundel Erfgoed)
Ze voelde de tocht langs haar benen strijken. Ze rilde. Langzaam
opende ze haar ogen. Niet dat ze echt wakker wilde worden, maar
die tocht hinderde haar. Haar dromen bevroren.
Ze keek uit over het tafelblad. Ze herkende de scheurtjes in het
hout die vol zaten met beschimmeld vuil. De scherpe kerven van het
mes. Op de plek waar ze brood sneed, was in de loop der jaren een
holte in het tafelblad ontstaan. Ze rook het klamme hout. En de
geur van kaas. Die lucht kon soms zo indringend in het huis aanwezig
zijn dat hij haar de adem afsneed. Als ze al eens het geluk had
een paar kaasjes in huis te hebben, liet ze die uit een vaag gevoel
van spaarzaamheid op tafel liggen, tot ze van rijpheid van het blad
af dropen.
Langzaam richtten haar ogen zich op de omgeving van de tafel. Het
ongebruikte gaskomfoor. De lege gasfles. Het gaas van de vliegenkast.
Het fornuis dat daar koud en nutteloos stond. Een zwart en roestend
monster, veel te groot in dit kleine vertrek.
In deze keuken bracht ze al haar dagen door. In de rest van het
huis kwam ze bijna nooit meer. Niet eens in haar slaapkamer. Meestal
sliep ze hier in de keuken, zittend op de stoel, het hoofd in haar
armen. Aan die manier van slapen was ze de laatste jaren gewend
geraakt.
Ze keek om zich heen. Juliette was er niet. Ze was alleen.
Ze had een rotsmaak in haar mond, alsof ze benzine had gedronken.
Dat kreeg ze altijd van te veel wijn, als ze zich vol had laten
lopen om zich af te schermen van het wereldje waarin ze leefde.
Voor haar was alcohol de enige bevrijding. Wel kreeg ze er een stekende
pijn van in haar hoofd, die alleen te verdrijven was met meer alcohol.
Wijn, noemden ze dat aftreksel hier. Eigenlijk was het spul niet
te verdragen, maar het was goedkoop. Doordat ze het zo vaak had
gedronken was ze er zo aan verslaafd geraakt dat ze goede wijn nog
nauwelijks kon drinken. Als ze een echte fles in huis had, bleef
die staan totdat ze niets anders meer had. Goede wijn verpestte
haar smaak.
|